FOKREGLEMENT OESCN
1. Algemeen
1.1 Doel
Dit reglement is overeenkomstig artikel 2 en ter uitvoering van artikel 39 van de statuten van de Old English Sheepdog Club Nederland gericht op het bevorderen van de gezondheid en het welzijn van de tot dit ras behorende honden in het algemeen en het voorkomen en bestrijden van erfelijke gebreken binnen dit ras in het bijzonder.
1.2 Reikwijdte
Dit reglement bevat gedragsregels voor in Nederland wonende leden van de OLD ENGLISH SHEEPDOG CLUB NEDERLAND die zowel incidenteel als structureel met Old English Sheepdogs fokken.
1.3 Definities
Fokker: De eigenaar en mede-eigenaar van de in het NHSB opgenomen teef waarmee gefokt wordt c.q. gefokt gaat worden. Dekreu eigenaar: De eigenaar en mede-eigenaar van de in het NHSB dan wel in een door FCI erkende buitenlandse stamboekhouding ingeschreven reu.
1.4 Verantwoordelijkheden
Wordt er gefokt onder een kennelnaam die op meerdere namen staat dan is het lid van de OESCN verantwoordelijk voor alles wat onder die kennelnaam wordt gefokt.
De Fokker is er voor verantwoordelijk dat de combinatie aan de eisen van dit fokreglement voldoet. De in dit reglement opgenomen regels ontslaan de Fokker niet van zijn eigen verantwoordelijkheid.
2. Fokbepalingen
2.1 Verwantschap. Beide ouderdieren mogen niet met elkaar in relatie staan als: Ouder-Kind of Broer- Zus
2.2 Herhaling combinatie. Aan het herhalen van dezelfde combinatie zijn geen grenzen gesteld.
2.3 Minimum leeftijd reu: De minimale leeftijd van de reu op de dag van de dekking is 12 maanden.
2.4 Aantal dekkingen: Aan het aantal dekkingen van een reu per kalenderjaar zijn geen grenzen gesteld.
2.5 Cryptorchide en monorchide: Cryptorchide of monorchide reuen zijn uitgesloten van de fokkerij.
2.6 Nederlandse Dekreu . De dekreu bezitter stelt zijn reu binnen Nederland slechts beschikbaar als de combinatie voldoet aan de eisen van dit reglement. Voor buitenlandse teven stelt hij zijn reu slechts beschikbaar als de reu voldoet aan de eisen van dit reglement en de teef voldoet aan de eisen die de rasvereniging van dat land aan teven stelt.
2.7 Buitenlandse Dekreu. Wanneer een Nederlandse fokker voor een dekking een dekreu gebruikt die in het stamboek van een buitenlands door de FCI erkend stamboek is ingeschreven, dan moet deze dekreu voldoen aan de eisen van dit fokreglement. De controle of de dekreu aan de eisen van dit fokreglement voldoet is een verantwoordelijkheid van de fokker. ( HD beoordelingen zijn niet overal hetzelfde. Indien er in het land van herkomst regels zijn gesteld ten aanzien van dekreuen dan moet deze reu ook voor een Nederlandse paring daar minimaal aan voldoen.)
2.8 Kunstmatige inseminatie (sperma van levende dekreuen). Als een fokker voor een dekking het sperma gebruikt van een in een door de FCI erkend buitenlands stamboek ingeschreven nog in leven zijnde dekreu, dan gelden voor deze dekking de regels van dit fokreglement alsof het een natuurlijke dekking van een in een door de FCI erkend buitenlands stamboek ingeschreven dekreu betreft.
2.9 Kunstmatige inseminatie (sperma van overleden dekreuen): Als een fokker voor een dekking het sperma gebruikt van een overleden dekreu, dan gelden daarvoor de regels die golden op het moment dat de dekreu overleed.
3. WELZIJNSREGELS
3.1 Minimum leeftijd teef: de teef is op het tijdstip van de dekking niet jonger dan 22 maanden.
3.2 Maximum leeftijd teef: de teef wordt niet gedekt na de dag waarop zij 96 maanden oud is geworden.
3.3 Maximum leeftijd 1e dekking teef: de teef is bij de dekking voor het eerste nest niet ouder dan 72 maanden.
3.4 Periodiciteit nesten: De teef krijgt binnen een aaneengesloten periode van 12 maanden ten hoogste één nest. Tussen de geboortedatum van het laatste nest en de dekking voor een volgend nest ligt een minimale termijn van 10 maanden.
3.5 Aantal nesten: een teef mag gedurende haar leven in Nederland maximaal 5 nesten krijgen.
4. GEZONDHEIDSREGELS
4.1 Gezondheidsonderzoek ouderdieren: gezondheidsonderzoeken van ouderdieren moeten plaatsvinden door deskundigen aangewezen door de Raad van Beheer conform de door de Raad van Beheer voor deze onderzoeken opstelde en/of goedgekeurde onderzoek protocollen.
4.2 Herbeoordeling en/of heroverweging: als de eigenaar zich niet kan verenigen met de uitslag van een verricht onderzoek, kan deze conform het door de Raad van Beheer vastgestelde algemeen onderzoeksreglement en het betreffende onderzoeksprotocol om herbeoordeling en/of heroverweging van de uitslag vragen. Totdat de uitslag van de herbeoordeling en/of heroverweging bekend is, blijft de oorspronkelijke uitslag van het onderzoek waarvoor herbeoordeling en/of heroverweging is gevraagd geldend.
4.3 Verplichte onderzoeken: op basis van onderzoek zijn de volgende gezondheidsproblemen binnen het ras vastgesteld en moeten de ouderdieren zijn onderzocht ten aanzien van:
Heupdysplasie :
Ten aanzien van heupdysplasie wordt slechts met de volgende combinaties gefokt: AxA, AxB, AxC, BxB en BxC
Een hond die na 1 mei 2002 met een B is beoordeeld, mag niet gepaard worden met een partner die met C is beoordeeld.
Oogziekten
- Alle fokdieren worden voor de eerste dekking op oogafwijkingen onderzocht. Een kopie van het resultaat van het oogonderzoek wordt binnen 1 week gezonden naar het bestuur (portefeuillehouder fokbeleid) van de OESCN.
- Geldig is een oogonderzoek dat niet ouder is dan 1 jaar.
- Voor een hond die op oogafwijkingen is onderzocht na de datum waarop deze 4 jaar is geworden, geldt de uitslag als definitief.
- Elke hond waarmee is gefokt dient na het vierde jaar en voordat dat de leeftijd van 5 jaar is bereikt op oogafwijkingen te worden onderzocht.
Cataract
- Er wordt allen gefokt met honden waarvoor een geldig oog onderzoekcertificaat is afgegeven.
- Met honden die lijden aan erfelijk cataract wordt niet gefokt.
- Indien uit een combinatie een pup wordt geboren die als lijdend aan erfelijk cataract wordt aangemerkt, wordt met deze combinatie niet meer gefokt.
- Een hond waaruit met twee verschillende partners aan cataract lijdende pups wordt geboren, wordt van de fokkerij uitgesloten.
- Bij verkoop of schenking van een hond die lijdt aan cataract of die op basis van dit reglement van de fokkerij is uitgesloten, is de (mede)eigenaar verplicht de nieuwe eigenaar hiervan bij de verkoop cq schenking, op de hoogte stellen.
- Fokker en pup-eigenaar zijn ieder voor zich verantwoordelijk voor het op het gewenste tijdstip laten verrichten van een noodzakelijk geachte hercontrole.
P.R.A.
- Indien bij een Old English Sheepdog, PRA wordt geconstateerd, worden beide ouders als bewezen drager aangemerkt.
- Bewezen dragers en alle nakomelingen van bewezen dragers worden tot en met de F3 generatie van de fokkerij uitgesloten.
- Bij verkoop of schenking van een hond die op basis van voorgaande artikelen van de fokkerij is uitgesloten, is de (mede)eigenaar verplicht om de nieuwe eigenaar van het fokverbod, opgelegd door de OESCN, op de hoogte te stellen.
- Bij constatering van PRA worden alle nakomelingen van bewezen dragers, voor zover bekend, schriftelijk door de OESCN op de hoogte gesteld.
Epilepsie:
Ouderdieren die lijden aan epilepsie mogen niet (meer) voor de fokkerij worden ingezet.
Van de gehouden gezondheidsonderzoeken wordt binnen een week middels een kopie van de uitslag het bestuur van de OESCN op de hoogte gesteld.
5. GEDRAGSREGELS
5.1 Karaktereisen: beide ouderdieren moeten voldoen aan de karaktereisen zoals die in de rasstandaard zijn beschreven.
6. EXTERIEURREGELS
6.1 Kwalificatie: de beide ouderdieren moeten minimaal 1x keer hebben deelgenomen aan een door de Raad van Beheer en/of FCI gereglementeerde expositie, een door de rasvereniging georganiseerde kampioenschapsclubmatch of een fokgeschiktheidskeuring georganiseerd door de rasvereniging en daar minimaal de kwalificatie ZG hebben behaald.
7. AFGIFTE PUPS.
7.1 Melding geboorte. De geboorte van een nestje Old English Sheepdogs, wordt binnen 1 week schriftelijk gemeld aan het bestuur van de OESCN (Portefeuille houder fokbeleid). Bijgevoegd dient te worden een ingevuld geboorteaangifteformulier, kopieën van de stambomen van de ouderdieren, kopieën van de hd-uitslagen en ooguitslagen van de ouderdieren.
7.2 Ontwormen en enten: de fokker draagt zorg voor het deugdelijk ontwormen en inenten van de pups volgens gangbare veterinaire inzichten en voor een volledig door de dierenarts ingevuld en ondertekend Europees Dierenpaspoort
7.3 Aflevering pups: de pups worden niet afgeleverd voor de leeftijd van 7 weken.
7.4 Gezondheidsonderzoeken pups: de fokker zal conform het protocol van de Raad van Beheer de pups onderwerpen aan het onderzoek naar (oogziekten) en de toekomstige koper de uitslag van dat onderzoek schriftelijk meedelen. De Raad van Beheer en de rasvereniging ontvangen een afschrift van deze onderzoeksuitslagen.
8. SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN
8.1 De OESCN geeft, gedurende drie maanden, aan belangstellenden informatie over bij aangesloten leden van de OESCN, geboren pups.
8.2 In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur.
8.3 Tegen beslissingen van de rasvereniging, waarbij een belanghebbende rechtstreeks in zijn belang wordt getroffen, staat bezwaar en beroep open bij de geschillencommissie voor de Kynologie, overeenkomstig het bepaalde in het reglement betreffende de Geschillencommissie voor de Kynoilogie.
8.4 Dit reglement zal niet worden aangepast dan na advies van het fokkersforum en/of goedkeuring door de Algemene Leden Vergadering.
8.5 Dit reglement is niet van toepassing op de honden die geboren worden uit een teef gedekt op of voor de dag waarop dit reglement in werking treedt.
8.6 Gezondheidsuitslagen, exterieur-, gedrags- en/of werkkwalificaties die zijn afgegeven en/of voor de inwerkingtreding van dit reglement hebben plaatsgevonden, worden geacht onder de werking van dit reglement te zijn inbegrepen.
9. INWERKINGTREDING
9.1 Dit rasspecifieke fokreglement treedt in werking op het tijdstip na publicering door het bestuur van de OESCN.
















